Verslag: Netwerkbijeenkomst: Gezocht mensen met ideeën over Automatisch Vervoer

Datum: 27 juni 2017
Locatie: Delft

Op de locatie van het die ochtend geopende ResearchLab Automated Driving (RADD) komt een grote groep geïnteresseerden uit de achterban van de Future Mobility Movement bij elkaar om te praten over samenwerking in de ontwikkeling en toepassing van automatisch vervoer.

Petrouchka den Dunnen heet de groep welkom. Petrouchka is stuurgroeplid van de Future Mobility Movement en als bureauhoofd Infrastructuur ook vertegenwoordiger van de provincie en betrokken in het partnerschap AVLM. Haar uitdaging aan de groep is om samen aan de slag te gaan in de inspirerende omgeving van het RADD.

Om de aanwezigen inde juiste mindset te krijgen is de eerste spreker uitgenodigd. Wouter Pijzel is voorzitter van de NOVU (Nederlandse Orde van Uitvinders). Hij heeft veel ervaring in innovatie trajecten en vertelt over de do’s en don’ts.

Europa doet het goed op het gebied van innovatie. We hebben met elkaar ideeën genoeg, maar daarna loopt het proces vast. Er is gebrek aan samenwerking en aan launching customers. Voor dat laatste geldt dat de overheid beter die rol kan pakken, maar ook dat het bedrijfsleven meer open moet staan voor goede ideeën. Het “not invented here”-syndroom speelt uitvinders parten. Ze komen niet binnen bij de grote opdrachtgevers omdat die organisaties de deur dicht houden. Ze hebben hun eigen R&D afdelingen en zijn afhoudend naar buitenstaanders, zowel in verband met de mogelijke vergoedingen als voor de risico’s.

Innovatie is nodig en zoals gezegd er zijn veel mensen met hele goede ideeën in ons land. Er zijn wel een altijd elementen waarmee je rekening moet houden. Een succesvolle innovatie is probleemoplossend, daarmee marktgericht en heeft een business case. Zonder deze elementen komt een innovatie niet tot een product of dienst.
Een goede innovatie verloopt in 4 stappen: idee – vinding – marketing – opschaling.

Voor de uitvinder is de stap naar de vinding het lastigst. De NOVU raadt aan de formule 3 x O plus O. Dat staat voor 3 onderzoeken (octrooi, markt, technisch) en een ondernemingsplan. Als die zaken op orde zijn dan is er grote kans dat de vinding markt zal vinden.
Belangrijke stap is altijd de bescherming van het idee.

De basis voor alle innovatie is dat elk idee een kans verdient. Het is alleen niet nodig om alle ideeën te steunen. Voor launching customers is het zaak om in te stappen op het goede moment. Dat is vaak al bij de vinding. Als het idee met het onderzoek en de voorbereiding die fase bereikt, dan is steun gewenst. Daar zou de overheid in een rol kunnen spelen, maar zoals gezegd ook het bedrijfsleven.
Belangrijk bij samenwerking is vervolgens duidelijke afspraken en afspraken vooraf.
En steeds belangrijker is het ontwikkelen van snelheid in de processen. De levenscyclus van producten wordt steeds korter. Kijk maar naar de smartphone.

Na een aantal vragen over de rol van de overheid, sluit Wouter Pijzel sluit zijn verhaal af met een tip aan kleine uitvinders die moeilijk de ingangen zullen vinden naar de grote partijen die kunnen steunen: zoek de publiciteit. Voor een vinding, een product of dienst dat te testen is, zijn er tal van media die daar aandacht aan willen besteden.

Uit het verhaal van Pijzel komt de vraag naar de overheden om zich meer te plaatsen in de rol van aanjager. Niet perse met de zak met geld, maar door gelegenheid te geven om vindingen verder te ontwikkelen.

Michel Mostert van de gemeente Rotterdam is de eerste van drie frontrunners die een vraag aan de zaal willen stellen. Hij pakt de uitdaging direct op.
Als vertegenwoordiger van de overheid in de regio. Rotterdam wil koploper en een uitdagende stad zijn als het gaat om nieuwe ontwikkelingen op het gebied van Smart Mobility. Voor Rotterdam is Smart Mobility echter geen doel op zich, het gaat altijd om de vraag hoe slimme mobiliteitsinnovaties kunnen bijdragen aan het versterken van Rotterdam als gezonde, aantrekkelijke en economisch sterke stad.
Uitdaging is:
Een van de belangrijkste uitdagingen voor steden van de toekomst is om mobiliteit op een slimme en gezonde manier te organiseren, op een wijze dat iedereen daar aan mee kan doen. Hoe kunnen we dit met elkaar organiseren? Hoe zetten we beschikbare middelen in en borgen we dat ontwikkelingen breed beschikbaar komen en niet alleen beperkt blijven tot een elite?
Zijn vraag wordt goed ontvangen. Verschillende partijen willen graag aan de slag in Rotterdam. Hobbels als het niet kunnen vinden van de juiste contacten en de beperking van aanbestedingen worden genoemd. Michel reageert terug met een uitnodiging voor een gesprek.

Robbert Lohmann van 2getthere is de tweede frontrunner met een vraag. Het bedrijf is al sinds 1984 bezig met zelfrijdende voertuigen. Voor hen is het begonnen met launching customer Heineken en daarna ook Capelle aan den IJssel toen de stap gemaakt kon worden naar personen vervoer. Van uitnodiging tot gesprek naar realisatie was echter een lang proces.
Als vertegenwoordiger van nieuwe producten en diensten zoekt Robbert ruimte om te bewegen en te innoveren om producten en diensten op straat te krijgen en door te ontwikkelen. Voor innovatie is experimenteerruimte noodzakelijk en vertrouwen. Overheden mogen meer loslaten en kunnen de rol nemen om een meer een vraag in de markt te zetten en minder een voorgeschreven oplossing. 2getthere zet als Nederlands bedrijf meer af in Azië dan in Europa, besluitvorming gaat sneller en overheden zin daarom slagvaardiger.
Zijn uitdaging is: Hoe kunnen de NL overheidspartijen slagvaardiger worden in het stimuleren van innovatie? Overheden willen vaak een “proven” product, maar dat is moeilijk met innovatie.
Wij vragen een open mind. Zet de vraag in de markt en niet de oplossing.
Van de kant van de aanbieder is het belangrijk om realistisch te zijn over wat je kunt bieden. Durf ook nee te zeggen. Het is in deze fase van de ontwikkeling belangrijk om open naar elkaar te zijn en om te kiezen voor haalbare business cases. “We moeten doorontwikkelen waar nu de kansen zijn en niet overal in willen stappen.”
Robbert sluit af met een waarschuwing in de ontwikkeling van automatisch vervoer: ‘Laten we ons voorlopig toeleggen voor personenvervoer op openbaar vervoer toepassingen en niet op het ontsluiting van de markt voor individuele voertuigen. Met dat laatste zouden we wel eens minder efficiënt vervoer kunnen krijgen in plaats van meer.”
Laurens Tuinhout van PostNL is hekkensluiter in het drieluik van frontrunners. Hij vertegenwoordigt de gebruiker. PostNL heeft behoefte aan technologie om de bedrijfsprocessen slimmer, schoner en efficiënter te maken. Vanuit die positie is PostNL vragend aan de markt en op zoek naar samenwerkingen. PostNL kan ook testomgeving / launching customer zijn voor de juiste partners.
Zijn uitdaging is “Welke nieuwe producten en diensten kunnen bijdragen aan slimmere bedrijfsprocessen?”
PostNL is zelf al aan het innoveren. Zo zijn ze met veel enthousiasme in de case stadsdistributie Delft gestapt. De markt blijkt daar weerbarstiger in praktijk dan op papier. Het stokt in de samenwerking die nodig is om dingen echt anders te gaan doen. Voor andere logistiek met een business case zijn grote volumes nodig vanwege de lage marges. Door het beperkt aantal partijen dat mee wil doen, is de business case heel lastig.
Een mooie case is te zien in Amsterdam waar de klant echt zegt “Het moet nu anders”. Door de verplichting van de opdrachtgever om stromen te gaan bundelen komen nu zaken van de grond.

Ook Laurens onderstreept daarmee de noodzaak van de launching customer. De markt moet er om vragen. En ook hier is belangrijk:stel de vraag open en laat de opdrachtnemer dan de oplossing vinden en voorleggen.
Een aandachtspunt dat hij deelt is dat we ook kritisch moeten zijn met elkaar op de vraagstukken waarop we ons richten. De bestelbusjes zijn vaak hét speerpunt terwijl e-commerce slechts 5 – 15% maximaal uitmaakt van de bewegingen. Bouwlogistiek in de binnenstad is bijvoorbeeld al 30%.

Laurens pleit er voor om meer krachten te bundelen en om samen te vragen om nieuwe oplossingen. Nu low tech beginnen met wat er is en van daar uit verder bouwen aan meer en geavanceerdere oplossingen.
De verschillende partijen hebben veel inspiratie gegeven. Er is merkbaar energie in de zaal.

Petrouchka den Dunnen stelt voor om die energie te benutten in een meer informele setting. “De sprekers zijn allemaal beschikbaar, ga naar die personen waarmee u graag verder praat nu”.
Er wordt breed gevolg gegeven en over de gestelde uitdagingen gaan de aanwezigen in verschillende kleinere groepen met elkaar in gesprek.

Na afloop is er nog gelegenheid om de demo opstellingen te bezoeken van: 2getthere, Dynniq, Domino’s pizza, TU Delft met de zelfvarende boot en de zelfrijdende Toyota Prius, InTraffic en Technolution.

Belangrijkste conclusie uit de sessie is dat we met elkaar meer zichtbaar moeten maken waar de vragen liggen, dat we vervolgens moeten inzetten op samenwerking en dat we moeten zorgen voor locaties waar de concrete vraag is om daar met elkaar aan de slag te gaan.

Allen worden bedankt voor de aanwezigheid.